Toen Huang Yan eind jaren zeventig aan de
kunstacademie in Changchun studeerde, was hij
er volgens eigen zeggen van overtuigd dat hij was
voorbestemd ‘een voorvechter van de traditionele
kunst’ te worden. Terwijl de stad radicaal veranderde
door de inzettende economische boom, maakte
hij ook zelf in twee jaar tijd een omslag mee: van
would-be traditionalist naar gretige modernist.
De traditie was in het geval van Huang Yan de
schilderkunst van de literati, hoogopgeleide
intellectuelen die zich afzetten tegen de nadruk
op techniek en het decoratieve karakter van de
‘officiële kunst’ en in hun landschappen probeerden
persoonlijke gevoelens en gedachten tot uitdrukking
te brengen. Aan het begin van de jaren negentig
kwam Huang Yan tot het inzicht dat traditie en
hedendaagse kunst niet met elkaar in tegenspraak
waren, maar juist nauw aan elkaar verwant. Hij begon
vanaf 1994 traditionele voorstellingen uit de Sungen
Yuandynasty (respectievelijk 960 - 1279 en 1279
- 1368) op gezichten en lichamen te schilderen en
die te fotograferen, op die manier het innerlijke
landschap combinerend met de fysieke realiteit.
Zoals de kunstenaar het zelf ooit samenvatte: ‘Een
landschap schilderen is een mens schilderen.’
Ook in zijn latere werk zou Huang Yan voortbouwen
op de artistieke en intellectuele erfenis en het
gedachtengoed van de oude Chinese wijsgeren. Het
landschap is in zijn opvatting de meest authentieke
weergave van hun ideeën, een tijdloos toevluchtsoord
van waaruit hij zich kan verzetten tegen conflicten
in het aardse bestaan. ‘Ik beschouw mezelf als
een boodschapper van de kunst op een tijdloze
verkenningsreis door een wereld waarin oude
literati-schilderkunst en hedendaagse kunst naast
elkaar voorkomen.’
Tegelijk paste zijn werkwijze in de toentertijd in China
opkomende body en performance art (xingwei yishu),
die indruiste tegen het politieke en culturele taboe
op het lichaam in een collectivistische samenleving
de meest zichtbare en niet te ontkennen manifestatie
van het individu. Huang Yan beschouwt zich in de
eerste plaats als een conceptueel kunstenaar. Voor
de uitvoering van zijn ideeën doet hij een beroep
op zijn echtgenote Zhang Tiemei, die een klassieke
schildersopleiding heeft. De beschildering in shanshuistijl
(letterlijk: ‘bergen en rivieren’) is een middel,
een deel van het concept, geen doel op zich. Het
uiteindelijke kunstwerk is altijd de foto, niet de
enscenering.
In de loop der jaren gebruikte Huang Yan de meest
uiteenlopende dragers voor zijn landschappen.
Van lichaamsdelen zoals duimen en gezichten tot
volledige lichamen, vaak van modellen en soms van
hun hele familie. Hij fotografeerde zijn modellen in de
studio, maar soms ook in de buitenlucht, waardoor
de natuur en de geschilderde voorstelling daarvan in
elkaar lijken over te vloeien en mens en landschap
één surrealistisch geheel worden. Een concept dat
hij in 2005 nog een stap verder voerde door een
beschilderd naaktmodel, in stevige werkmanslaarzen
gestoken, in een oude fabriek te fotograferen
tegen een geschilderd landschap en omringd door
arbeiders van het Chinese platteland: een beeld
waarin meerdere werkelijkheden en tijdperken als
lagen over elkaar schuiven.
Bij Huang Yan wordt de realiteit vervangen,
verduurzaamd en onbereikbaar gemaakt door het
fotografische beeld, dat niet zoals een traditioneel
schilderij het bezit is van één eigenaar, maar van
meerdere, wanneer het een werk in oplage is, en van
iedereen, wanneer het zich via gedrukte en digitale
media verspreidt. Voor zijn werk gebruikte Huang Yan
niet alleen ensceneringen met beschilderde modellen,
maar ook de overvloed aan beelden die - in zijn geval
letterlijk - zijn vervaagd door visuele slijtage. Huang
Yan, die ook dichter is, blijft in zijn werk op zoek naar
nieuwe betekenissen voor oude waarheden. In een
Chinese samenleving die in hoog tempo het verleden
verruilt voor de toekomst, zet hij de spirituele traditie
met moderne middelen voort.
